  |  |  |  |  |  |  |  | Zaaknaam | |  | Welzorg - GGD II |  | |  | Domeinnaam |  |  | zorgwel.nl, zorgwelbrabant.nl, zorgwelflevoland.nl, zorgwelzuidholland.nl
|  |  |  | Partijen |  |  | Welzorg Nederland B.V. tegen GGD Hart voor Brabant, Hulpverleningsdienst Flevoland, GGD Zuid-Holland Noord |  | |  | Instantie |  |  | Gerechtshof 's-Hertogenbosch |  |  |  | Datum uitspraak |  |  | 20-09-2005 |  |  |  | Nummer |  |  | KG C0401074 / BR |  |  |  | Samenvatting |  |  | De werkzaamheden van Welzorg hebben betrekking op voorzieningen voor ouderen en gehandicapten. Zij heeft op 3 februari 1992 het woordmerk gedeponeerd. Geïntimeerden hebben een digitale databank opgezet en in stand gehouden onder de naam www.zorgwel.nl. Door één van de geïntimeerden is op 23 augustus 2002 bij het Benelux-Merkenbureau een beeldmerk gedeponeerd met in grote letters ‘zorgwel.nl' en in kleine letters ‘informatiebron voor zorg, welzijn en wonen'. Zij heeft tevens op 11 maart 2003 de domeinnaam www.zorgwel.nl geregistreerd en op 18 september 2003 twaalf domeinnamen bestaande uit het woord ‘zorgwel' gevolgd door de naam van een der provincies.
Welzorg baseert haar vorderingen op art. 13A lid 1 aanhef en sub b en c Benelux-Merkenwet (BMW), op artt. 5 en 5a Handelsnaamwet (Hnw) en op de onrechtmatige daad.
Evenals de voorzieningenrechter in kort geding verwijst het hof naar de arresten van het HvJEG van 12 februari 2004 inzake ‘Biomild' en ‘Postkantoor' (IER 2004/22). De rechtsoverweging uit de arresten `Biomild' en `Postkantoor' houdt in dat een merk bestaande uit een woord waarvan elk bestanddeel beschrijvend is voor kenmerken van de waren of diensten waarvoor de inschrijving is aangevraagd, zelf beschrijvend is voor kenmerken van deze waren of diensten, tenzij het woord merkbaar verschilt van de loutere som van zijn bestanddelen. In het geval van het woordmerk WELZORG gaat het om twee bestanddelen, te weten ‘wel' en ‘zorg'. Het eerste bestanddeel verwijst naar begrippen als ‘welzijn', dat op zichzelf genomen staat voor goed of gezond, waardoor het naar het oordeel van het hof aan te merken is als beschrijvend. Van het tweede bestanddeel, ‘zorg', is het duidelijk dat dit is te beschouwen als beschrijvend voor een kenmerk van de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven. De combinatie van deze twee op zichzelf genomen beschrijvende bestanddelen levert naar het oordeel van het hof niet meer op dan een eenvoudige aaneenvoeging ervan. Het (primaire) beroep op art. 13A lid 1 aanhef en sub b BMW slaagt daarom niet.
Met betrekking tot het beroep van Welzorg op art. 13A lid 1 aanhef en sub c BMW dient vooropgesteld te worden dat dergelijke beschrijvende aanduidingen in het economisch verkeer vrij beschikbaar dienen te blijven. Dat betekent dat ook indien een combinatie van die aanduidingen door inburgering een sterker of in ieder geval een minder zwak onderscheidend vermogen heeft gekregen, waar het hof van uit gaat, op grond daarvan niet kan worden opgeko¬men tegen het gebruik van de afzonderlijke bestanddelen, al dan niet in een bepaalde combinatie met andere bestanddelen.
Omdat niet is gebleken dat er sprake is van een geldig merkrecht, kan het beroep van Welzorg op art. 5a Hnw niet slagen.
Naar het voorlopige oordeel van het hof slaagt het beroep op 5 Hnw ook niet daar er bij het publiek tussen de ondernemingen geen verwarring te duchten is. Dit is zo, omdat door de combinatie van de verschillende volgorde van de bestanddelen en de toevoeging van .nl deze meer dan slechts in geringe mate van elkaar afwijken. Ook al bestaan de namen WELZORG en ZORGWEL.NL goeddeels uit dezelfde bestanddelen. Daarnaast is de aard van beide ondernemingen verschillend, omdat de feitelijke activiteiten van partijen op het terrein van welzijn en (gezondheids-)zorg niet met elkaar te vergelijken zijn.
Hetgeen Welzorg naar voren heeft gebracht als grondslag voor een vordering op grond van onrechtmatige daad is reeds behandeld en ook voor het overige niet toereikend om de vordering toe te wijzen.
|  |  |  | Annotator |  |  | |  |  |  | Datum publicatie |  |  | 25-11-2005 |  |  |  | DomJur nummer |  |  | 2005-237 |  |  |  |
|  | |