Om uw bezoek aan onze website te vergemakkelijken en informatie te kunnen verzamelen die ons helpt om de website nog beter op uw wensen af te stemmen maken wij gebruik van cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig.

Zoek een uitspraak

[B] – AFM

Procedure:
kort geding
Instantie:
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak:
30-11-2011
Rolnummer:
AWB 11/3976 VBC-T2
LJN/ECLI:
Domeinnaam:
[website1].nl en [website2].com
Eiser(es):
[B]
Verweerder:
Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM)
Resultaat procedure:
Uitspraakcategorieën:
Notice-and-Take-Down
Dossiers:
Domjur-nummer:
Publicatiedatum:
30-03-2012
Kern:

Samenvatting

Bij besluit van 14 september 2011 heeft AFM verzoeker een boete opgelegd van € 24.000,-. Deze boete is opgelegd omdat verzoeker volgens het AFM (van 14 september 2008 tot en met 31 december 2009) in strijd handelde met de bij of krachtens artikel 2:80 van de Wft gestelde regels door zonder een daartoe door AFM verleende vergunning te bemiddelen in krediet. Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief bezwaar gemaakt. Thans vraagt verzoeker om een voorlopige voorziening [m.b.t. de opgelegde boete].

Verzoeker heeft een eenmanszaak en is houder van meerdere internetdomeinnamen waaronder [website1].nl en [website2].com. Via deze domeinnamen genereerde verzoeker leads voor bemiddelaars in krediet. De voorliggende vraag is of het doorgeven van leads aan te merken valt als ‘bemiddelen’ in de zin van artikel 1:1 van de Wft. De voorzieningenrechter stelt vast dat dit gezien de ruime definitie van het begrip bemiddelen het geval is.

De voorzieningenrechter acht hierbij in de eerste plaats van belang dat, nadat de consument zijn gegevens had achtergelaten op de website van [B], via die website automatisch een ‘lead’ werd verzonden aan financiëledienstverlener [E] dan wel financiële dienstverlener [G]. Het was vervolgens aan hen om contact met de consument op te nemen. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2008 (LJN BC8951), was er geen sprake van een platform via welk door de consument een keuze kon worden gemaakt uit verschillende aanbieders. De voorzieningenrechter neemt bij het bovenstaande tevens in aanmerking dat de door de consument in te vullen gegevens meer inhielden dan alleen zogenaamde NAW-gegevens. Derhalve was er sprake van inhoudelijke betrokkenheid van verzoeker bij de tot stand gekomen overeenkomsten. Het was verzoeker die het contact tussen consument en bemiddelaar verzorgde onder het verstrekken van relevante gegevens voor het afsluiten van een krediet. Daarnaast komt betekenis toe aan de omstandigheid dat verzoeker werd betaald voor de via zijn website verkregen ‘leads’. Verzoeker hield zich dan ook beroepsmatig bezig met het via zijn websites verstrekken van ‘leads’. Het feit dat sprake is van een door verzoeker geheel geautomatiseerd systeem van gegevensoverdracht tussen consument en de financiële dienstverleners maakt het voorgaande niet anders. Het gegeven dat verzoeker heeft bemiddeld voor bemiddelaars die wel in het bezit zijn een vergunning maakt dit evenmin anders.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.


Terug