Om uw bezoek aan onze website te vergemakkelijken en informatie te kunnen verzamelen die ons helpt om de website nog beter op uw wensen af te stemmen maken wij gebruik van cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig.

Zoek een uitspraak

Bora Borgh – Kaltenbach Shotblast

Procedure:
hoger beroep
Instantie:
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak:
10-09-2012
Rolnummer:
200.102.095
LJN/ECLI:
Domeinnaam:
n.b.
Eiser(es):
Bora Borgh Beheer B.V.
Verweerder:
Kaltenbach Shotblast and Painting Systems B.V.
Resultaat procedure:
Uitspraakcategorieën:
Domeinnamen
Dossiers:
Proceskostenveroordeling
Domjur-nummer:
Publicatiedatum:
31-10-2012
Kern:

Samenvatting

Appellanten, Bora Borgh Beheer c.s., komen op tegen het vonnis van de rechtbank Almelo waarin haar is verboden het merk, Gietart, en de domein- en handelsnaam van geïntimeerde (Katlenbach Shotblast and Painting Systems B.V. - eiseres in eerste aanleg) te gebruiken. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard. De rechtbank heeft de vordering doorverwezen naar de rechtbank Den Haag en geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief. In het hoger beroep stellen appellanten dat de rechtbank geïntimeerde hadden moeten veroordelen in de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv.

Het hof overweegt dat het gaat om een vonnis waarin de rechtbank zich relatief onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar een andere rechter. Ingevolge artikel 110 lid 3 Rv is tegen een zodanig vonnis geen hogere voorziening toegelaten. De enkele omstandigheid dat de rechtbank in het vonnis een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken en het hoger beroep zich uitsluitend tegen die kostenbeslissing richt, maakt dit nog niet anders (vgl. HR 6 februari 2004, LJN AL7065). De beoordeling van de kostenbeslissing in hoger beroep zal immers in de regel een (her)beoordeling van de beslissing over de toe- of afwijzing van de incidentele vordering vergen. De rechter naar wie wordt verwezen kan, zo artikel 1019h Rv dit vergt, de in het incident reeds toegewezen kosten aanvullen.

Het hof verklaart Bora c.s. niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep en veroordeelt hen in de kosten van het hoger beroep.


Terug