Om uw bezoek aan onze website te vergemakkelijken en informatie te kunnen verzamelen die ons helpt om de website nog beter op uw wensen af te stemmen maken wij gebruik van cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig.

Zoek een uitspraak

Hof: TAN C.V. – Pontifix B.V.

Procedure:
hoger beroep
Instantie:
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch
Datum uitspraak:
22-10-2012
Rolnummer:
HD 200.105.711/01
LJN/ECLI:
Domeinnaam:
tanpsychologie.nl
Eiser(es):
Tilburgs Ambulatorium Neuropsychologie C.V.
Verweerder:
Pontifix B.V.
Resultaat procedure:
Uitspraakcategorieën:
Domeinnamen
Dossiers:
Executiegeschil
Domjur-nummer:
Publicatiedatum:
27-11-2012
Kern:

Samenvatting

In de bodemprocedure tussen TAN C.V., appellante, en Pontifix B.V., geïntimeerde, heeft de rechtbank de (Benelux)inschrijving van het teken TAN ten name van geintimeerde nietig verklaard en de doorhaling daarvan bevolen, voor recht verklaard dat de handelsnamen “Tilburgs Ambulatorium Neuropsychologie” en “TAN” toebehoren aan appellante en bevolen dat geintimeerde het gebruik van de handelsnamen “Tilburgs Ambulatorium Neuropsychologie” en “TAN”, waaronder mede begrepen de handelsnaam TAN psychologie en de domeinnaam tanpsychologie.nl staakt en gestaakt houdt. Daarop heeft geïntimeerde een kortgedingprocedure gestart tegen appellante om door appellante gelegde beslagen op te heffen. Appellante is tegen het vonnis van de voorzieningenrecht, waarbij de beslagen zijn opgeheven, in hoger beroep gegaan,

Geïntimeerde heeft zich bij pleidooi in hoger beroep beroepen op misbruik van (executie)recht. Aangezien deze verweren voor het eerst bij pleidooi in hoger beroep naar voren zijn gebracht en appellante niet ondubbelzinnig ermee heeft ingestemd dat deze verweren in het geding worden betrokken, laat het hof deze verweren onbesproken. Deze verweren zijn namelijk in strijd met de zogenaamde ‘twee conclusie regel’ (HR 20 juni 2008, LJN BC4959 en HR 19 juni 2009, LJN BI8771, 347 lid 1 Rv).

Het executiegeschil betreft de vraag of er dwangsommen zijn verbeurd. Het hof stelt dat hiervoor moet worden beoordeeld of geïntimeerde heeft gehandeld in strijd met het verbod om ‘het gebruik van de naam Tilburgs Ambulatorium Neuropsychologie en/of de afkorting TAN voort te zetten ter aanduiding van hun beroepsmatige activiteiten in de gezondheidszorg’. Volgens appellante is dit gebeurd, door de vermelding bij “Google”, “de nationalebedrijvengids” en “Zoekuwbedrijf”.

Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad (o.a. HR 5 april 2002, NJ 2003, 356) is van overtreding van een algemeen verbod pas dan sprake als een redelijke uitleg van het verbod meebrengt dat de draagwijdte van het verbod is beperkt tot handelingen “waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld, dat zij, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken, als door de rechter verboden, opleveren.” De voorzieningenrechter heeft voorts terecht overwogen dat als er reden is voor twijfel bij de veroordeelde, dat tot gevolg heeft dat er geen dwangsom is verbeurd. De door appellante voorgestane uitleg van het algemene verbod om ‘het gebruik van de handelsnamen door Pontifix c.s. voort te zetten’ ligt naar het oordeel van het hof bepaald niet voor de hand. Een dergelijke inspanningsverplichting verdraagt zich niet met het feit dat een ‘verbod’ is gevorderd en toegewezen. Een redelijke uitleg van het verbod brengt mee dat het verbod zich beperkt tot het niet gebruiken van de handelsnamen door geintimeerde. Het actief schonen van websites zoals Google valt daar niet onder.

Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.


Terug