Om uw bezoek aan onze website te vergemakkelijken en informatie te kunnen verzamelen die ons helpt om de website nog beter op uw wensen af te stemmen maken wij gebruik van cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig.

Zoek een uitspraak

Hoge Raad: Brein – Ziggo & XS4ALL

Procedure:
cassatie
Instantie:
Hoge Raad
Datum uitspraak:
12-11-2015
Rolnummer:
14/02399
LJN/ECLI:
ECLI:NL:HR:2015:3307
Domeinnaam:
thepiratebay
Eiser(es):
Brein
Verweerder:
Ziggo & XS4ALL
Resultaat procedure:
Verzoek uitspraak HvJEU met betrekking tot de gestelde prejudiciële vragen
Uitspraakcategorieën:
Notice-and-Take-Down
Dossiers:
Domjur-nummer:
2015-1167
Publicatiedatum:
27-12-2015
Kern:

Hoge Raad volgt oordeel hof over onevenredigheid van blokkeringsmaatregel niet. Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over openbaarmaking door ThePirateBay en over mogelijkheid blokkeringsgebod indien ThePirateBay zelf geen auteursrechtinbreuk pleegt.

Samenvatting

Sinds 2010 zijn Ziggo B.V. en XS4ALL Internet B.V. verwikkeld in een rechtszaak met Stichting BREIN over het blokkeren van de website van The Pirate Bay (hierna: TPB). De rechtbank wees een rechterlijk bevel tegen Ziggo en XS4ALL tot blokkade van toegang van haar abonnees tot TPB toe. In hoger beroep werd het bevel tot de blokkade afgewezen, omdat deze niet effectief en daarom niet evenredig was. Stichting Brein is in cassatie gegaan tegen de uitspraak van het hof. Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem concludeerde eerder tot schorsing van het geding en het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie.

Stichting Brein klaagt met het derde middel dat het hof een onjuiste effectiviteitstoets heeft gehanteerd, dan wel zijn oordeel daaromtrent onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd. Vast staat dat een (relevant) deel van de abonnees van Ziggo c.s., met gebruikmaking van de diensten van TPB, zonder toestemming van rechthebbenden beschermde werken beschikbaar stelt en daarmee inbreuk maakt op het auteursrecht en de naburige rechten van die rechthebbenden. De vordering van Brein strekt ertoe dat Ziggo c.s. wordt bevolen om de toegang van hun abonnees tot TPB te blokkeren. Het hof heeft echter miskend dat ook als bepaalde maatregelen niet tot een volledige beëindiging van alle auteursrechtinbreuken kunnen leiden, zij nog wel verenigbaar kunnen zijn met het evenredigheidsvereiste van artikel 52 lid 1 Handvest. Voldoende is dat de blokkade de inbreuken bemoeilijkt en internetgebruikers het maken van die inbreuken ernstig ontraadt.

Het oordeel van het hof dat een vordering als die van Brein alleen kan worden toegewezen, indien ook (alle) andere (relevante) BitTorrent-sites in de procedure ware betrokken, getuigt eveneens van een onjuiste rechtsopvatting. Zonder nadere motvering valt niet in te zien waarom Brein geen rechtens te respecteren belang heeft bij het om te beginnen blokkeren van één van die sites. Het oordeel van het hof dat de ‘stap voor stap-benadering’ die Brein in dit verband voorstaat, toewijzing van haar vordering strijd zou doen opleveren met de evenredigheidstoets van artikel 52 lid 1 Handvest, is dan ook onjuist.

Ook de klacht dat het oordeel van het hof dat de blokkade door Brein niet is gevorderd met het oog op de bescherming van de auteursrechten op het ‘art work’ onbegrijpelijk is, treft doel. Brein heeft de gevorderde maatregel mede gebaseerd op de inbreuken op de auteursrechten ter zake van het ‘art work’ en gesteld dat reeds die inbreuken het gevraagde verbod rechtvaardigen.

Gelet op het voorgaande slagen de onderdelen III.3-III.4 en III.10 van het middel in het principale beroep.

Onderdelen van het eerste middel klagen dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een mededeling door TPB aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn op de grond dat de tot de werken geboden toegang te indirect is. Het hof heeft tevens ten onrechte een scheiding gemaakt tussen inbreuken door abonnees enerzijds en inbreuken door TPB anderzijds, waar zij in feite allen bijdragen tot de bedoelde inbreuken. In het onderhavige geval staat vast dat door tussenkomst van de TPB beschermde werken ter beschikking worden gesteld aan het publiek zonder toestemming van de rechthebbenden. Beoordeeld moet dus worden of TPB ook, dat wil zeggen naast de abonnees, mededeling van werken aan het publiek doet als bedoeld in artikel 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn.

Anders dan partijen in cassatie betogen, volgt uit de uitspraak Svensson van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet het antwoord op de vraag of TPB een mededeling aan het publiek doet als bedoeld in artikel 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn. Het onderhavige geval onderscheidt zich van andere gevallen doordat het niet TPB is die bepaalt welke content via haar website wordt doorgegeven, maar de gebruikers van haar website.

Naar het oordeel van de Hoge Raad laat die vraag zich niet zonder redelijke twijfel beantwoorden. Enerzijds geldt dat TPB de werken niet zelf ter beschikking stelt aan haar gebruikers. TPB is niet, althans niet rechtstreeks, betrokken bij het up- en downloaden van de werken. Dit zijn immers de gebruikers van haar website. Anderzijds geldt dat TPB wel een essentiële schakel vormt in het ter beschikking stellen van die werken. Dankzij de ruimte die TPB hen biedt, kunnen de gebruikers van TPB met elkaar in contact komen om werken uit te wisselen. Bovendien zouden de gebruikers de torrents die naar de beschermde werken verwijzen, zonder de indexatie daarvan door TPB, niet, althans niet zo eenvoudig, kunnen vinden.

Nu de onderhavige vraag zich niet zonder redelijke twijfel laat beantwoorden, zal de Hoge Raad deze bij wijze van prejudiciële vraag aan het HvJEU voorleggen. De vragen van uitleg van Unirecht waarvan de Hoge Raad beantwoording door het HvJEU nodig acht voor zijn beslissing op het cassatieberoep, zijn de volgende:

1. Is sprake van een mededeling aan het publiek in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn door de beheerder van een website, indien op die website geen beschermde werken aanwezig zijn, maar een systeem bestaat waarbij voor gebruikers meta-informatie over beschermde werken die op de computers van gebruikers staat, wordt geïndexeerd en gecategoriseerd, zodanig dat de gebruikers de beschermde werken aan de hand daarvan kunnen traceren en kunnen up- en downloaden?

2. Indien het antwoord op vraag 1 ontkennend luidt: Bieden art. 8 lid 3 Auteursrechtrichtlijn en art. 11 Handhavingsrichtlijn ruimte voor een bevel aan een tussenpersoon als in die bepalingen bedoeld, indien deze tussenpersoon inbreukmakende handelingen van derden faciliteert op de wijze als bedoeld in vraag 1?

De Hoge Raad verzoekt het HvJEU uitspraak te doen met betrekking tot de gestelde prejudiciële vragen en houdt iedere verdere beslissing aan.

Gerelateerde uitspraken

Voorgaande / vervolguitspraken


Terug