Om uw bezoek aan onze website te vergemakkelijken en informatie te kunnen verzamelen die ons helpt om de website nog beter op uw wensen af te stemmen maken wij gebruik van cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig.

Zoek een uitspraak

Pontifix B.V. – [gedaagde]/TAN

Procedure:
kort geding
Instantie:
Rechtbank Breda
Datum uitspraak:
03-04-2012
Rolnummer:
245969 / KG ZA 12-89
LJN/ECLI:
Domeinnaam:
t-a-n.nl en tanpsychologie.nl
Eiser(es):
Pontifix B.V.
Verweerder:
[gedaagde]/TAN
Resultaat procedure:
Uitspraakcategorieën:
Domeinnamen
Dossiers:
Executiegeschil
Domjur-nummer:
Publicatiedatum:
18-04-2012
Kern:

Samenvatting

Deze zaak betreft een executiegeschil met betrekking tot een zaak uit december 2011, waarin het ging om het onrechtmatige gebruik van een domeinnaam. Gedaagden hebben beslag gelegd bij Pontifix B.V. c.s. Eisers zouden zich niet gehouden hebben aan het verbod in het vonnis van de voorzieningenrechter van 25 juni 2010, welke is bekrachtigd door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Dit verbod luidt: “Verbiedt Pontifix B.V. en [eiser 2] om vanaf vijf dagen na de betekening van dit vonnis het gebruik van de naam TILBURGS AMBULATORIUM NEUROPSYCHOLOGIE en/of de afkorting TAN voort te zetten ter aanduiding van hun beroepsmatige activiteiten in de gezondheidszorg, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EURO 1.000,-- voor iedere dag dat deze veroordeling door de betreffende partij wordt overtreden, met bepaling dat elke partij maximaal EURO 100.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;” Eisers hadden onder andere door het gebruik van de domeinnaam tanpsychologie.nl inbreuk gemaakt op de handelsnaamrechten van gedaagden. Eisers vorderen dat de gelegde beslagen worden opgeheven.

Gedaagden stellen dat eisers inbreuk op het gegeven verbod hebben gepleegd door de vermelding op de website van “zoek-uw-bedrijf.nl” en daarmede bij “Google”: “TAN” Tilburgs Auditorium, Bosscheweg 57, 5056 KA Berkel-Enschot”. Het verwijt houdt in dat inbreuk is gemaakt op het algemeen geformuleerde verbod.

Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad - HR, 3 januari 1964, NJ 1964, 445 (Lexington) en HR, 18 februari 1966, NJ 1966, 208 (Klokkenspel) - is van overtreding van een algemeen verbod pas dan sprake als: “een redelijke uitlegging van een verbod als het onderhavige meebrengt de draagwijdte daarvan beperkt te achten tot handelingen, waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld, dat zij, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken, als door den rechter verboden, opleveren”. Dat betekent dat buiten twijfel dient te staan dat sprake is van een handelen als bedoeld in het verbod. Als daarover twijfel kan bestaan bij de veroordeelde is er geen dwangsom verbeurd. In een kort geding als dit moet de voorzieningenrechter een inschatting maken hoe de bodemrechter in executiegeschil zal gaan oordelen.

Het vonnis verbiedt de “voortzetting”. Bij de genoemde uitlegregel past dat het moet gaan om gebruik dat dus door eisers zelf is begonnen. Gedaagden dragen de stelplicht en bewijslast van overtredingen in een bodem executiegeschil. Gedaagden hebben niet gesteld dat eisers zelf informatie hebben verstrekt of doen verstrekken aan “zoek-uw-bedrijf.nl”. Reeds hierom voldoen gedaagden niet aan hun stelplicht. Dat betekent dat niet aannemelijk is gemaakt dat eisers zijn begonnen met informatieverstrekking met betrekking tot de bewuste namen en daarmee dus ook niets hebben voortgezet in de zin van het vonnis. Uit het voorgaande volgt dat gedaagden onvoldoende feiten hebben gesteld die de nu gelegde beslagen rechtvaardigen.

De voorzieningenrechter heft de door gedaagden ten laste van Pontifix c.s. gelegde beslagen op.

Voorgaande / vervolguitspraken


Terug