Om uw bezoek aan onze website te vergemakkelijken en informatie te kunnen verzamelen die ons helpt om de website nog beter op uw wensen af te stemmen maken wij gebruik van cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig.

Zoek een uitspraak

Scientology – Internet Providers en geïntimeerde

Procedure:
hoger beroep
Instantie:
Gerechtshof ‘s-Gravenhage
Datum uitspraak:
03-09-2003
Rolnummer:
99/1040
LJN/ECLI:
Domeinnaam:
n.v.t.
Eiser(es):
Scientology
Verweerder:
Internet Providers en geïntimeerde
Resultaat procedure:
Uitspraakcategorieën:
Notice-and-Take-Down
Dossiers:
Domjur-nummer:
Publicatiedatum:
11-10-2011
Kern:

Samenvatting

Appellanten zijn kerkgenootschappen uit Los Angeles en een uitgever uit Kopenhagen, tezamen Scientology genoemd. Geïntimeerden zijn internet service providers (ISP’s) alsmede één geïntimeerde, houder van een litigieuze website. Ook in hoger beroep stellen appellanten dat de ISP’s inbreuk maken op hun auteursrecht door het zonder toestemming van eisers aanwezig hebben, op hun computersystemen voor derden toegankelijk, van een verveelvoudiging van werken waarop zij het auteursrecht bezitten. Geïntimeerde en de ISP’s beroepen zich op het citaatrecht (art. 15a Aw) en de informatievrijheden (art. 10 EVRM).

Scientology stelt dat de betreffende werken nooit eerder openbaar gemaakt zijn. Het Hof stelt vast dat niet is voldaan aan het vereiste van “rechtmatig openbaar maken”, als bedoeld in artikel 15a Aw. Naar het oordeel van het hof is met "openbaar gemaakt" in artikel 15a, lid 1 Aw bedoeld de eerste openbaarmaking in de oorspronkelijke betekenis. De openbaarmaking moet voorts rechtmatig zijn geweest. Wat dat betreft is vast komen te staan dat de leden van Scientology zijn gebonden aan een geheimhoudingsverplichting en dat er sprake is van stringente beveiligingsmaatregelen op dit punt. Hof gaat ervan uit dat de leden geen toestemming hadden die werken onbeperkt, dus ook onder derden, te verspreiden.

Het Hof stelt dat volgens het tweede lid van artikel 10 EVRM het recht op informatievrijheid kan worden onderworpen aan beperkingen die in een democratische samenleving nodig zijn ter bescherming van onder meer de rechten van anderen. Dit beroep op artikel 10 lid 1 EVRM slaagt omdat geïntimeerde informatie wil verstrekken over de Scientology-leer en de gang van zaken bij de Scientology-organisatie zonder daarbij een commercieel doel te beogen en omdat Scientology de verwerping van democratische waarden niet schuwt. Een beperking van de informatievrijheid in de zin van artikel 10 lid 2 EVRM is volgens het Hof niet nodig. De belangen van geïntimeerde en de ISP’s wegen niet minder zwaar dan die van scientology.

Naar het oordeel van hof verschaffen service providers slechts de technische faciliteiten om openbaarmaking van gegevens door anderen mogelijk te maken. Het lijkt dan ook niet juist hen op één lijn te stellen met uitgevers die, naar wordt aangenomen, zelf openbaar maken. Van auteursrechtinbreuk door verveelvoudiging en openbaarmaking door de ISP’s kan evenmin worden gesproken, nu de citaten van geïntimeerde in casu geen auteursinbreuk opleveren.

Het Hof wijst de vorderingen jegens de ISP’s af.

Voorgaande / vervolguitspraken


Terug